Laat je verblijden in Leiden
Ik word wakker op een stapel wasgoed in het huis waar we gisteren nog met een groep aan het naborrelen waren, blijkbaar was ik toen toch slaperiger dan ik dacht. De groep is inmiddels vertrokken, dus ik begin duf te zoeken naar voordeursleutels om mijn weg terug te banen naar mijn eigen huisje. Ik vind ze ergens in een deur die op een kier staat, haal ze voorzichtig uit het slot en maak de voordeur open. Ik groet onderweg naar huis mijn huisgenootjes, die beiden dienst hadden, en duik nog even kort mijn bed in; het is bijna zover.
10.30:
Na enkele korte uurtjes is hoor ik gepiep, ik sla het een aantal keer weg en besluit naar een keer of 5 dat het inpaktijd is. Ik struin door het huis langs de kamers en vul langzaam mijn koffer. Een buurman komt even buurten en ik ga in een wat rustiger tempo door.
14.00:
De kasten zijn leeg waren en mijn bagage gevuld, ik besluit zelf nog even te buurten bij de andere buren van de gonggrijp. Ik schrijf daar nog wat stukjes voor mensen die langer mogen blijven en doe een drankje.
16.00:
Ik loop terug naar mijn huisje, voor de laatste keer, wat erg rot aanvoelt. De taxi komt over een kwartier. Mijn broekzak maakt geluid, het is mijn ex-huisgenootje, die kwam eraan. Ik wacht even op haar en haar vriendinnen, pak mijn bagage en zeg gedag tegen de honden. Weer gaat de telefoon; de taxi is er.
16.20:
Met tegenzin loop ik naar de taxi, gevolgd door mijn (ex-)huisgenootjes en aanhang, en zet mijn koffer en tas in de achterbak. Ik omhels iedereen (meerdere keren) en voel me steeds a-relaxter, ik wil gewoon blijven. Kan ik geen Dengue hebben, of iets anders waardoor ik niet kan vliegen? Omdat dit geen reële optie is, stap ik toch maar in.
16.35:
De taxi vertrekt en we zwaaien uitgebreid, helaas zijn we voor we het weten al de bocht om. De tocht naar het vliegtuig is een stille, gelukkig zijn we met zijn drieën en voelen we alle drie precies hetzelfde.
18.00:
We komen aan op het vliegveld, ik laat mijn jas in de taxi liggen, we leveren onze bagage in, bellen de taxi en doen nog een drankje. Ik kies voor een laatste parbo, mijn reisgenootjes voor markousa sap. De taxi brengt dropt mijn jas af, we drinken de drankjes op en checken in.
18.50:
Check-inhal, we kopen wat borgoe voor thuis en wachten kort voor we boarden. We worden al snel omgeroepen als 'laatste oproep' en staan op nadat de rij mensen voor de gate wat kleiner wordt.
19.25:
Onze handbagage wordt gecheckt en de onnodige vloeistoffen, als aftershave en scheerschuim worden verwijderd. Al snel mogen we daadwerkelijk het vliegtuig ik, we zijn vroeg.
19.50:
Het vliegtuig stijgt op en ik zet een filmpje op, geniet van een muziekje, lees mijn fantastische (foto)boekje met haar mooie herinneringen en nog meer films. Voor ik het weet is het zondag...
Zondag:
Het aftellen is afgelopen, ik ben weer in Nederland. In mijn korte broek en slippers zet ik voet in het koude kikkerlandje. En koud is het inderdaad, gelukkig beschermt mijn moeheid me tegen het voelen hiervan. Ik maak mijn weg door de douane en praat ik nog wat met mijn reisgenootjes. Nadat we onze koffers van de band hebben gehaald, zeggen we gedag en lopen we naar onze escorts toe.
Mijn ouders staan al klaar bij de aankomsthal en ze moeten beiden een traantje wegpinken. Ik volg ze naar de parkeergarage en vertel ondertussen al even wat over de vlucht en wat kleine grepen uit 2,5e maand Suriname. Eenmaal thuis pak ik de foto's erbij en vertel ik honderuit. Alle gezinsleden zijn aanwezig, al luistert de een wat aandachtiger dan de ander. Laat in de middag, na al mijn verhalen, slaat de moeheid toe. Ik luister melodramatisch naar wat nummers met goede herinneringen, terwijl ik er aan de andere kant niet aan probeer te denken. Helaas lukt dat niet; ik mis Suriname. Heel erg. Ik mis alle leuke locaties, alle mooie natuur, alle fantastische feestjes en met name alle geweldige mensen die ik heb ontmoet. Heimwee werkt 2 kanten op. Ik doe mijn slippers uit en mijn 'I love Su' bandje af, het wordt me echt even teveel.
Verstoord eet ik wat, en klaar, met hulp van mijn ouders, weer wat op. Na het eten pak ik alles om terug te gaan naar Leiden, de plek die ik de afgelopen 3 jaar mijn thuis heb genoemd. Alle wegen lijken zowel bekend als vreemd en wekken een matig blij gevoel op, hoewel dit door het gemis overschaduwd wordt. Dit slaat om als ik in mijn gang gelijk 2 dispuutsgenootjes en een huisgenoot tegenkom, die ik kort wat vertel over hoe het was. Uiteindelijk loop ik naar mijn deur, waar mijn beste vrienden mijn deur 'bijzonder versierd' hebben achtergelaten. Mijn kamer is geen uitzondering, overal waren 'versieringen' verstopt. Echt iets voor hun, fantastisch! Juist op dat moment belt een van mijn vrienden, ze zijn er bijna. Ze komen binnen, en we genieten van de biertjes en de taart die zij hadden ingeslagen. Ik vertel over mijn coschap en wat leuke gebeurtenissen, maar ik kan mijn vermoeidheid niet verbergen. We besluiten de sessie dan ook later te hervatten, als we allemaal wat helderder of minder druk zijn.
Met een brede glimlach trek ik mijn pyjamabroek aan en poets ik mijn tanden. Hoewel het vast nog even zal duren voor ik Suriname wat minder mis, voel ik me toch alweer thuis. Mam, pap, Teun, Guus, Sven, Niels en Michiel, superbedankt voor de opvang, jullie zijn de beste familie en vrienden die deze ex-surinamer zich wensen kan. Dankzij jullie was het niet lijden in Leiden op mijn terugkomst ;) Weltruste!
Planning, patiënten en personeelstekort. Oh en Phagwa.
De 2e dag was een stuk rustiger dan de eerste, dus kon ik genoeg tijd nemen voor de patiënten en wat meer feeling krijgen in de dagelijkse gang van zaken op de poli. Je hebt namelijk niet echt een tijdsschema, patiënten worden ongeveer allemaal rond dezelfde tijd besteld, jouw taak is om ze niet ál te lang te laten wachten. Het is dus elke dag weer een verrassing hoeveel patiënten je te zien krijgt, maar het aantal ligt tussen de 6-14. Je vast patiënten zijn de postnatale controles, een maand na bevalling of keizersnede. Je stelt een aantal standaardvragen en legt ze wat uit over anticonceptie, 15-20 min per patiënt, dan moet je wel echt klaar wezen. Wat ik overigens lastig vond, is dat je ook de vrouwen met doodgeboren of kort na geboorte overleden kinderen moet nakijken. Veel van de standaardvragen gaan dan niet op, dus ik focuste dan meer op het emotionele aspect.
Verder heb je de 'Cito' patiënten; oftewel de spoedpatiënten. Iedereen die vanuit de huisarts, de radioloog of een andere specialist met spoed naar de poli wordt verwezen, komt bij jou terecht. Gelukkig is 'spoed' een ruim begrip en waren er maar enkele patiënten waar een opname nodig was. Ik noem een vrouw met zulke ernstige pijnen na een operatie, dat ze amper kon lopen. Waarom ze haar in de eerste plaats ontslagen hebben is mijn een raadsel... Het leuke aan deze patiënten was, dat je zelf al een differentiaal diagnose opstelt, al wat lab prikt, je verdere beleid schrijft en je dan pas laat controleren door de desbetreffende gynaecoloog. Die voegt dan soms wat nuances in je denkwijze toe, maar ze waren het ook vaak met me eens. Toch wat geleerd in de voorgaande weken dus.
En toen kwamen de drukke dagen... de ene na de andere patiënt stroomde binnen en eer dat al het lab bekend was, alle echo's waren gemaakt, alle post natale waren nagekeken en alle ernstige spoedjes waren opgenomen, was het alweer 5 uur. En dan is er niemand meer te bekennen, geen gynaecoloog, geen zaalarts, geen andere coassistent. Gelukkig maakt het niet uit, want als ik geen goede planningen bijhield in mijn hoofd, zou ik 5 uur überhaupt niet redden. Hoewel de dag dat ik 8 heen en weer ben gelopen vanwege 1 formulier mogelijk wat efficiënter had gekund...
De rest van de dagen vlogen voorbij en ik zag veel interessante dingen. Soms vroeg klaar, soms laat, afhangende van de aanmeldingen die nog nét voor 3 uur binnenkwamen. Dus ik hobbelde verder naar mijn laatste dag; de dag na Holy Phagwa. Holy Phagwa is een Hindoestaans feest waarbij het kwade wordt verdreven en het goede wordt verwelkomt. Of beter het 'gooi elkaar onder met verf en poeder' feest. Helaas moest ik werken (vanwege het schrijdende tekort aan coassistenten), dus kon ik er niet de hele dag van genieten. De poli was wel dicht, dus ik heb snel iedereen even gezien op de afdeling en ben toen met mijn (toen nog blonde) huisgenootje de hort op gegaan. Na heerlijk gefeest, gegeten en gedronken te hebben gingen we pimpelpaars weer huiswaarts. Na een (lange) douche beseften we beiden dat niet alle verf zo makkelijk wegging als gedacht. Dus mijn laatste dag ben ik naar werk vertrokken met roze nagels, een paarse elleboog en een oranje oorlel. Mijn huisgenootje was omgetoverd tot halve punker en zat voor aanvang van haar coschap sip op de bank, waar ik haar natuurlijk een hart onder de riem heb gestoken dat het wel meeviel. Ik heb haar niet uitgelachen, ook niet meerdere keren.
De laatste dag ging als briesje voorbij, alles ging soepel, liep snel, mijn presentatie ging goed (al duurde het een tijd voor ik toeschouwers had) en ik heb zelfs nog wat bijgeklust op de afdeling omdat ik tijd over had. Na een kort gesprekje met de beoordelaar, sloot ik het coschap af met een 'Goed'. Ik vertrok met een brede glimlach naar huis.
*buzz*
Telefoon; de poli.
Mijn glimlach verdween even, was ik dan iets vergeten?
'Dirk', klonk het aan de andere kant van de lijn, 'met Dr. Ristie.'.
Nu gaat het komen, dacht ik.
'Ik wilde je nog even gedag zeggen, maar ik stond op OK, dus dat werd lastig.'.
Dat had ik niet verwacht, dat Dr. Ristie mij hiervoor zou bellen. Na een kort gesprekje, waarin hij mij complimenteerde over een brief, hing ik weer op. Die strenge gynaecoloog was dus zo streng nog niet. Maar nu, einde coschap en begin vakantie; 2 weken lang hangmateren en parboreren! Maar eerst even naar de kapper...
P.S.: Maandag heb ik mijn nieuwe huisgenoot en vervangende coassistent Eva rondgeleid, omdat er niemand was om dit te doen. Ik heb toen zelfs nog een schouderklopje van Dr. Ristie gehad met de woorden 'Je bent een goede coassistent'. In mijn eerste weekenddienst zei hij nog het tegenovergestelde. Mission accomplished.
Echte studenten in de jungle
De bus zat al vol met bekenden, de (studenten)huizen van de aanliggende straat. Het was al snel duidelijk wat voor reis het ging worden toen de flessen Borgoe rum en Parbo bier, onder het genot van luide Nederlandse muziek, in rap tempo genuttigd werden. Slapen in deze partybus was geen optie, ook al was ik nog zo moe. 'If you can't beat them, join them' dacht ik, en deed vervolgens mee in de gezelligheid, hoewel ik het crowdsurfen in de bus wel heb overgeslagen. Na 6-7 uur in de bus, met erg veel plaspauzes, kwamen we aan op de overstapplaats voor het bootje. Inmiddels was het rond 12 uur 's nachts en hadden we nog niet gegeten, dus mensen waren ook wel een beetje klaar met feesten. Stilletjes stapten we in een bootje waar onze bootsman nog tevergeefs wat kaaimannen probeerde af te schieten.
We kwamen na 1 á 2u varen aan, hingen onze hangmatten op en aten de heerlijkste pasta we ooit hadden gegeten, maar dan kan ook met de honger te maken hebben. Onze groep werd nog versterkt door 2 bekenden, die met de jeep waren gekomen. Qua tijd hadden zij het beter bekeken, qua gezelligheid niet. Iedereen kroop lekker in zijn hangmat of borrelde nog wat na. Na een korte apenkooi sessie,waar de verstandige mensen wakker werden van de borrelaars, ging iedereen heerlijk slapen.
De volgende morgen zagen we pas echt goed waar we waren; midden in de jungle. Toch was dit slechts een tussenstop, dus na een heerlijk ontbijtje en een frisse duik vertrok de (party)boot alweer richting de eindbestemming. Ik nam dit keer de jeep, omdat door de jungle crossen in de laadbak van een 4x4 me wel wat leek. Erg tof reisje, maar bizar dat 12 km zo lang kan duren. We waren de boot voor, dus hebben we nog even gevist met een groepje toeristen die dit ook aan het doen waren. In de verte klonk ineens '7 jaar geleden, midden in Parijs, onderaan de trap van een oud paleis...'; de partyboot was aangekomen. De jeepgroep stapte in, de drank werd aangevuld en we vertrokken weer verder.
Enkele alcoholpromilages hoger kwamen we aan bij de prachtige slaaplocatie. Het rustgevende geluid van het stromende water bracht iedereen tot rust (voor nu). De avond bestond voornamelijk uit kaartspelletjes. Ik had hier wat minder zin in, dus besloot ik op zoek te gaan naar de doodskopaapjes. Ze zaten echter vrij hoog in de boom, dus ik besloot zelf een boom uit te kiezen om wat dichter bij te komen. Ze bleven nog steeds ver weg, dus ik klom wat hoger... en nog wat hoger... nog ietsje hoger dan... *krrrrr* Plots bewoog ik niet meer richting de apen, maar richting de grond, vergezeld door de boom. Ik landde met de boom en al netjes tussen twee huisjes in en stapte wat verdwaasd van de boom af. Er kwam gelijk een Surinamer op mij afgelopen. Bomen omgooien dat kan natuurlijk niet en ik moest minstens 15 jaar de cel in. Of 200 SRD (ongeveer 50 euro) betalen. Gelukkig kwam Berto, onze gids, mij helpen en handelde het verder af. Wakkerdam ging weer slapen.
Zaterdag was het tijd om stevig in je wandelschoenen te staan, de Voltzberg stond namelijk op het programma. Deze berg is 240 meter hoog en erg stijl; de trip staat dan ook bekend als zijnde 'zwaar'. We werden voorgesteld aan onze jungle expert, en hoewel hij zijn naam even vaak heeft gezegd als er reizigers waren, weet ik hem echt niet meer. Ik gok op Adjoeni. We hakten onze en ploeterden onze weg door de jungle, ondertussen genietend van dieren (vlinders, vogels en apen) die af en toe te zien waren. Het kostte wat gehijg en gesteun, maar de top werd bereikt. Het laatste beetje adem werd ons ontnomen door het prachtige uitzicht. Je keek uit over de jungle, op de Surinamerivier alsmede wat andere bergen. De beloning voor ons zweet was meer dan voldoende. De camera's werden volgeschoten en we liepen snel terug. Ik was, met toestemming van de gids, voorop gaan lopen, het pad door de jungle was namelijk relatief makkelijk te navigeren. Ik stapte echter wel bijna op de dodelijkste slang in de jungle, de Bushmaster. Gelukkig zag ik hem op tijd bewegen en deed ik een stap achteruit. De gids ging snel weer voorop lopen. We stopten onderweg nog even bij een kleine waterval, waar we ons lieten masseren door het stromende water.
Na zo'n overwinning op ons uithoudingsvermogen moest gefeest worden, en dat werd er ook. De Borgoendische levensstijl werd hier in de praktijk gebracht en ging door tot in de vroege uurtjes. Velen strompelden tevreden terug naar hun hangmat of die van iemand anders. Anderen werden naar een matras gedragen om hun roes uit te slapen. Gelukkig hebben we de foto's nog.
De volgende ochtend was voor sommigen waarschijnlijk zwaarder dan het beklimmen van de Voltzberg, waar ik stiekem erg van kon genieten. Een mooie speech van Mozes vatte de avond zeer goed samen. Het programma was prima geschikt voor uitbrakken, we gingen namelijk richting de moedervallen. De moedervallen zijn de breedste watervallen op locatie en bovendien erg mooi om te zien. Helaas waren we al verwend door de Voltzberg en haar uitzicht, dus viel dit een beetje in het niet. Toch lekker geluierd, hoewel je af en toe moest voorkomen dat je niet bijna weggespoeld werd door de stroming.
We liepen terug en er werd weer een slang gespot. Veel waren er langsgelopen zonder problemen, maar wij bleven rustig achter en riepen Berto. Hij dacht stoer te doen door het giftige beest te pakken en te laten zien, wat in eerste instantie goed ging, maar toch eindigde in een beet waarna hij de slang tussen ons in liet vallen. We sprongen uiteen en werden gelukkig niet gebeten en Berto vermoordde de slang. Het kwaad was echter al geschied, dus we moesten door de jungle terugsprinten naar het boot om snel te vertrekken. Berto bleef ondanks alles vrij kalm, dit was zijn zevende beet, maar je kon aan hem aflezen dat hij wat minder relaxt was; zijn hand was immers drie keer zo groot als normaal. Eenmaal bij de aanmeerplaats ging Berto naar een medische post en vertrokken wij, na het eten, naar huis. De partybus waren toch wat minder party dan voorheen, dus gebruikten veel mensen de tijd om wat slaap te pakken. Berto stapte halverwege weer in (hij was met de jeep meegereist) en was verbonden, hij maakte het goed. We kwamen om half 3 's nachts aan in Paramaribo en gingen snel slapen, veel van ons moesten gewoon weer vroeg op...
P.S.: Berto maakt het overigens nog steeds goed, maar het heeft wel veel moeite gekost om een antiserum te vinden. Hij was vorige week nog op een barbecue en ik ga aankomend weekend weer met hem op trip. Ik hoop echter dit keer iets minder giftige slangen te zien...
Mooi in de aap gelogeerd
We werden zaterdagochtend vroeg opgehaald door Sharif, onze gids. Tevens iemand die ik op mijn allereerste dag hier had ontmoet en waar ik goede verhalen over had gehoord. Bij Sharif moet je je een klein mannetje voorstellen wat zijn bek niet kan houden; iets wat op de heenreis al snel doorhadden. Gelukkig vertelde hij enthousiast en waren zijn verhalen boeiend, dus lieten we hem zijn ding doen. 'We' zijn in dit geval mijn huisgenootjes en ik, 2 andere coassistenten en een Kinky kapster. Het enige wat vervelend was, was dat Sharif nogal met zijn handen sprak en daarmee regelmatig een zwiep aan het stuur gaf; iets wat op een hobbelweg van 4 uur lang wat a-relaxt wordt.
Toch waren voor we het wisten in Albina en namen we snel een bootje naar het naburige land, Frans Gyana. Hier hebben we kort wat gestruind, genoten van het marktje waar tomaten opeens 2 euro ipv 2 srd kostte (ongeveer 8 keer zo duur) en een korte tour gehad van de gevangenis; Frans Gyana was namelijk een gevangeniskolonie waar Franse criminelen naartoe werden gestuurd.
Enfin(das Frans), na een klein uurtje of anderhalf gingen we door met de boot en arriveerden we op de slaapplaats op het strand van Galibi. We lieten er geen gras over groeien (dat groeit ook heel slecht op het strand) en vertrokken al snel richting de mini Zoo. Hier had je voor je het wist een aap op je hoofd, een slang om je nek, een toekan op je arm, een luiaard om je middel of een tarantula op je schouders; het kan gek lopen. Na hier te kort genoten te hebben van de beesten, namen we een korte tour door het indianendorp. Het klinkt wel indrukwekkender dan het was, deze mensen wonen namelijk gewoon in stenen huizen en niet in Tipi's. Wat de rondleiding interessant maakte was de dronken indiaan die ons haarfijn uitlegde hoe je een bepaalde vrucht wel niet moest eten.
Over eten geschreven, dat werd daarna al snel geserveerd. Dit was tevens een van de weinige momenten dat Sharif echt stil was; Surinamers nemen eten serieus. Na de laatste zijn keel was binnengeglipt werd deze weer gebruikt om geluid te produceren. Na uitgebreide uitleg over de fases van 'de leg' van schildpad, met hier en daar een verdwaalde T-rex(compleet met uitbeelden), mochten wij het allemaal live meemaken. In klein bootje vertrokken we naar een ander deel van de kust, waar de schildpadden hun eieren leggen.
Meteen was het raak, we zagen al een prachtige schildpad haar nestje bedekken om het te beschermen tegen allerlei indringers die het voorzien hebben op haar eieren. Ze leggen zo'n 110 eieren per keer, en ze maken 3 maal een nestje. Toch halen, door de bedreiging van moeder natuur, maar enkele schildpadden volwassen leeftijd, slechts 1 op 1000. De rest valt prooi aan nestenrovers (waaronder mensen), gemene broers of zussen die de andere eieren kapot maken bij het uitkomen of de gevaren van de zee. We liepen door over het strand om verse sporen te zien, we zagen er 2, waarvan we er 1 gingen volgen. De schildpad was net klaar met de graaffase, en was bezig met eieren leggen. In de trance waarin ze was konden we haar aanraken. Als setjes pingpongballen(zo voelden ze ook) kwamen de eieren tevoorschijn. Een prachtig verschijnsel, wat een grote indruk op mij heeft gemaakt. Na het leggen van de eieren en het bedekken van haar nest, kroop het grote beest van ruim 1 meter uitgeput weer de zee in. Hoewel we op deze laatste fase lang hebben moeten wachten, was het het wel waard. We vaarden terug, loste het probleem van tekort aan slaapzalen op en speelde nog een spel rond het kampvuur, voor we onze hoofden te ruste lagen.
De volgende dag was vrij, dus we gingen souvenirs kopen, terug naar de zoo voor de fantastische aapjes en lieten door de zookeeper verse kokosnoten bereiden. We genoten van de kokosmelk, die je overigens prima kunt mengen met Borgoe rum, en keerden met een nieuwe ervaring terug naar Paramaribo waar we snel nieuwe dingen in ons schild voerden voor het volgende weekend...
P.S.: Dit was helaas wel het laatste tripje wat ik met mijn huisgenoot Lisette zou maken, die vanwege persoonlijke redenen weer terug naar Nederland moest. Gelukkig heeft ze nog met mij en Marlou dit fantastische tripje kun maken, voor ze zich terug trok in haar Nederlands schulp. Tot snel Lisette!
Buisje, (vlees)boompje, babies
Enfin, terug naar de verloskamers.
Maandag 20-2-12, 23.11: Inmiddels is het de eerste dag van mijn tweede week op de verloskamers en wat mij met name opviel is dat de dagen zijn hier erg wisselend zijn. Zo zag ik mijn eerste dag meteen twee bevallingen (een meisje en een jongen) en de dag erop geen. De dag daarop alleen een bevalling via keizersnede, vervolgens een epsiotomie (bevalling met inknippen) en een langzame vorderende baring (die volledig normaal, zonder inscheuring, beviel). Al met al best diverse bevallingen en stuk voor stuk interessant om te zien. Helaas heb ik er echter zelf nog geen mogen/kunnen doen. Er lopen op
dit moment veel stagiaires, die ieder hun doelstellingen hebben. Soms is het dus moeilijk om mijn doelstellingen, die in hun baarwater zitten, erdoor te drukken. Ik zou bijvoorbeeld zelf, als opstapje, de bevalling van een moederkoek hebben mogen doen, maar door wisseling van dienst en een aanwezige leerling-verloskundige liep het anders. Toch jammer. Gelukkig heb ik nu wel van heel dichtbij, met heel veel uitleg een bevalling gezien. Nu maar hopen dat het er deze week van komt... Voorlopig blijft het rustig; ook deze maandag was er overdag geen bevalling. Vandaar dat ik ervoor heb gekozen de nacht te blijven, op hoog van zegen hoop ik dat straks mag assisteren bij de mevrouw die nu 8 cm ontsluiting heeft. Daarover gesproken, ik ga maar weer eens kijken!
*tijd verstrijkt*
Dinsdag 21-2-12 5.50: Phoe, inmiddels ongeveer 7 uur en 3 bevallingen verder zit ik hier weer achter mijn laptop. Ik heb inderdaad bij een bevalling mogen assisteren en zelf, een beetje hulp van de verloskundige, kind en moederkoek mogen begeleiden naar het licht. Bij de tweede zwangerschap was het wat hectischer, omdat er twee mensen tegelijk bevielen, waardoor ik enkel praktisch heb meegeholpen. De laatste bevalling was het bijzonderst, een tweeling via de natuurlijke route. In Nederland zou er snel het mes de buik in zijn gegaan, maar dat was hier nergens voor nodig. Al met al geen slechte keuze geweest om een nachtje op te blijven.
Dinsdag 21-2-12 6.00: Mijn wekker gaat; het is tijd om op te staan. Ik gaap. Nog even doorbijten, en dan sta ik op...
...
... de fiets naar huis en bed.
Dinsdag 21-2-12 7.30: Na anderhalf uur duffen sta ik op het punt om weg te gaan. Er wordt mij gevraagd om nog een partus (=bevalling) te doen. Waarom ook niet? Wat volgt is de snelste bevalling ooit, het kind was eruit voordat ik er erg in had, ik werkte meer ondersteunend dan begeleidend. Moe stap ik op mijn fiets, 26 uur wakker is toch iets meer dan normaal, mijn bed is de enige beloning die ik nodig heb. Truste!
Bigi Kaiman, Bigi Pan
Zaterdagochtend half zes, mijn huisgenoten zijn in de weer. Ik kijk verdwaasd wat om me heen en zie op mijn mobiel de tijd die in de eerste zin genoemd werd. Vervolgens hoor ik 'Heeft Dirk zijn tas eigenlijk al ingepakt?'. Geïrriteerd door mijn eigen luiheid roep ik 'Neeee' en hijs ik mezelf uit bed. Nog 30 minuten voordat we vertrekken richting Bigi Pan, een moeras in het noorden van Suriname, op ongeveer 4 uur rijden en varen afstand. Ik probeer tevergeefs mijn hoofdpijn weg te wrijven, er is dus wel zoiets als teveel Parbo bier. Ik schud het van me af, het valt mee, maar ik moet vooral nu mijn tas compleet maken. Op een tergend langzaam tempo strompel ik door het huis en mijn kamer om benodigdheden te verzamelen en ben ik rond 6 uur nog klaar ook.
Nu de taxichauffeur nog.
Na 20 minuten kwamen we, na veel bellen, erachter dat die taxichauffeur van ons er niet zoveel zin in had, dus haasten naar de bushalte voor het openbaar vervoer. We namen snel een bus naar de bus en waren zelfs 10 minuten te vroeg. Of misschien wel 2 uur en 10 minuten, want sommigen Surinaamse busjes wachten gewoon tot ze vol zitten, en dat kan best 2 uur duren. Eenmaal vertrokken maakt het allemaal niet meer zoveel uit en konden we er wel om lachen. Zeker omdat Bigi Pan in het verschiet lag.
Na 2 toiletstops, 4 keer mijn slapende huisgenoot wakker gemaakt te hebben, 5 kaneelkoekjes en 12 verschillende houdingen aan te hebben genomen in mijn stoel, komen we aan. Stephanie, onze gids en verhuurder van het verblijf wacht ons al op. Ze had op de mobiel van Marlou al gecommuniceerd over de precieze uitstaplocatie waar ze in een paars shirt zou staan. Niks was minder waar, we konden gelijk onze bagage aan boord gooien en instappen. Gelijk kregen we wat hapjes in een bakje wat een voorproefje was van het heerlijke eten wat nog ging volgen. We vaarden door de Surinamerivier, tot we bij de passageplaats kwamen (waar een 'Ded Snaki' lag) en onze boot naar het Bigi Pan gebied sleepten.
Een tour met uitleg volgde, het kanaal waardoor we vaarden was met de hand gegraven en bood toegang tot Bigi Pan, het walhalla voor vissers en voor veel (roof) vogels. Die zagen we dan ook, Ani's, Zilverreigers, grote groepen ooievaars (rond de 60), aasgieren, een boomspecht, verschillende buizerds en een rode Ibis. Vervolgens kwamen we uit op een gigantisch meer waar, tot onze verbazing, ons huisje midden in stond.
We kregen gelijk lekker eten voorgeschoteld, waarvan ik 3 borden naar binnen heb gewerkt, en toen gingen we Bigi Pan verkennen. De zon scheen fel, maar na alle regen was dat wel even lekker. We genoten van het gebied met zijn vogels en ongerepte natuur. Veel visserbootjes waren al bezig de kost te verdienen, en wij zouden ons daar snel bijvoegen. We spanden aan het begin van de tocht een net, tussendoor zwemmen en verkennen, en op visten we de Tilipia uit het net. Avondeten check!
Natuurlijk moest het avondeten nog wel bereid worden door onze topkok, die overigens als wat krabbetjes als snack voor de volgende dag had gevangen, dus gingen we nog even varen. Inmiddels was de nacht gevallen en dat betekent dat de Kaiman (een kleine krokodil) zijn hoofd laat zien. Dus op jacht dan maar! Na 20 minuten hadden we er al 1 aan de haak, en na wat geworstel was hij ontmanteld met een stevige houdgreep en een elastiekje om zijn snuit. We gingen terug naar ons vertrek voor een korte fotosessie en gingen lieten hem weer vrij; het eten was klaar. Met volle magen vielen genoten we van een prachtige sterrenhemel en deden we langzaam de oogjes toe in onze hangmatten.
De volgende ochtend werden we relatief vroeg wakker voor een overheerlijk ontbijt met een pittig roereitje waarna we vertrokken voor ons modderbad. Onderweg nog genoten van de roofvogels, maar we waren toch met name benieuwd naar de modder. Eenmaal aangekomen zagen we overal krabbetjes en aangespoelde vissen; Surinaams waddengebied. Nou heb ik, eerlijk is eerlijk, een kleine vrees voor krabben. Maar, onder het moto van 'face your fears' toch aan land gegaan. Ik had de vorige dag al een krab vast gehouden, dus ik kon nu niet zomaar stoppen. Een maal voorbij de krabben kwamen we bij 'verse modder' aan. Aarzelend liepen we de modder in tot we, per ongeluk of expres, omvielen en helemaal onderzaten. Heerlijk.
Na wat aangemodderd te hebben gingen we weer terug, eten (het liefst 3 borden) en zonnebaden met een leesboekje. De krabben van gisteren moesten echter nog worden bereid en daar wilden wij wel bij helpen. Ik eigenlijk niet, maar goed, face your fears... Dus toch een stervende krab ontdaan van zijn scharen, poten en omhulsel; Dirk 3, Fears 0. De krab smaakt na die overwinning natuurlijk extra goed, zeker met wat massala. Nog even kajakken en zwemmen en toen was het toch echt alweer tijd om te gaan. Maar, als het aan mij ligt, kom ik zeker nog een keer terug. Sribi Switi Bigi Pan!
Voetjes van de vloer
Toch ben ik de volgende dag even naar de OK geweest, ondanks dat mijn mede-co nog niet helemaal was ingewerkt. Daar heb ik een verwijdering van een baarmoeder en een bevalling via keizersnede gezien, voor ik terugkeerde op de afdeling. Het liefst had ik nog een dagje meegekeken op OK, maar helaas waren er niet hele grote OK's meer gepland voor de rest van de week. Hopelijk kan ik aankomende week wel weer bij wat grote operaties meekijken.
Verder was dit ook de week van de spoedcursus dans, op maandag begonnen we met Merengue, een simpele dans die je vrij snel onder de knie hebt. Onze enthousiaste docent begon eerst met een hilarische warming-up, waarna we wat korte draaien en makkelijke moves leerden, die er op de dansvloer nog best oke uitzien. So far, so good. De dag daarop is het tijd voor Zouk, de moeilijkheid gaat iets omhoog en er wordt wat meer aandacht besteed aan techniek, voor er wordt overgegaan op draaien en andere bewegingen. Het ging helaas minder lekker als de dag ervoor, met name mijn linkervoet deed vervelend; hij jeukte nogal.
Dus, eenmaal thuisgekomen, besluit ik toch eens beter te gaan kijken naar mijn jeukende linkervoet. Ik had al een paar dagen momenten gehad dat ik (ook tijdens coschap) even 'moest' jeuken, maar dat wijtte ik aan de muggenbulten. Echter waren dezelfde muggenbulten op mijn rechtervoet al genezen en jeukte deze niet meer...
Dus, na een lang krabmoment (waarbij ik een klein wondje creeërde) en een kort inspectiemoment, kwam ik tot de conclusie dat muggenbulten er toch anders uitzagen. Ik zal jullie de medische details besparen, maar er waren allerlei verheven lijntjes op mijn voet te zien die de jeuk veroorzaakten. Omdat het laat was, besloot ik het de volgende dag beter uit te zoeken. Onder het mom van, het zal vanzelf wel weer overgaan.
De volgende dag kon ik mezelf er toch niet van weerhouden om tijdens het werk me éven af te zonderen, en éven mijn linkerschoen en -sok uit te trekken om éven te jeuken. Door pure pech echter, werd ik tijdens dit moment (waarbij ik tijdens het krabben even gelukkig was als een kat die wordt geaaid) gestoken door een of ander beest. Dit veroorzaakte vervolgens een enorme pijnlijke bult op mijn voet, boven op de jeukende lijntjes en het gecreëerde wondje. Na de dag door te hebben gehinkt, besloot ik thuis mezelf maar eens te diagnosticeren. Enig medisch zoekwerk later was het antwoord duidelijk: larvea migrans cutanea; op te lopen op het strand (lees White Beach), een enorm jeukende infectie die zich met name in de voeten manifesteert. Ook mijn medische huisgenootjes werden in consult gevraagd of deze verdenking juist was; ze waren het met mij eens. Gelukkig was vandaag de rustdag van de spoedcursus dans, dus kon ik even opladen. De volgende dag stond de dermatoloog als eerste op mijn to do list.
In de ochtend eenmaal aangekomen in het (overigens andere) ziekenhuis, was ik snel aan de beurt. De dermatoloog had een coassistent naast haar zitten, die ik van gezicht herkende. Het bleek mijn overbuurvrouw te zijn. Na kort mijn verhaal te hebben gedaan, haalde ik mijn voet tevoorschijn en had mijn eigen diagnose en behandeling voorgesteld, deze waren beiden juist. Ook was mijn voet een 'prachtexemplaar' en wilde de dermatoloog graag foto's ervan maken voor een artikel. Ook de andere co's werden geroepen om deze uitzonderlijke duidelijke variant eens te aanschouwen. Inmiddels waren er 5 mensen in de kamer, die hooguit 2 bij 4 geweest moet zijn. Ook de vader van de dermatoloog, die ook dermatoloog was en in de kamer ernaast zat, werd erbij geroepen om eens een blik te werpen. Nadat mijn voet aan iedereen tentoon was gesteld, kreeg ik 3 crèmes mee, 1 voor de larven, 1 voor het wondje en 1 voor de insectenbeet. Lekker smeren dus. Oh, en das dan 250 SRD, meteen betalen graag. Natuurlijk wist ik dit al van mijn eigen ervaringen in het Diakonessenhuis, maar het blijft raar, contant betalen in het ziekenhuis.
En toen was het die avond al weer tijd voor dansles, dit keer was de Bachata aan de beurt en mochten we proeven aan Salsa. Bachata is veel gedoe met heupen, waar ik niet zo sterk in ben. Ook mijn voet wilde nog niet echt doen wat hij moest doen, een groot succes was het dus niet te noemen. Toch weer wat dingen geleerd en de basis zit er een soort van in.
Nog wat gesmeer en coschap later was het tijd voor Salsa, de moeilijkste van 4. Natuurlijk zei de dansdocent van niet, maar het is wel zo. Salsa is snel(ler) en combineert alle vorige stijlen, dus moeilijker. Hoewel het beter ging met mijn voet, was het nog steeds geen succesverhaal. Er zaten wel momenten bij dat het echt lekker ging, maar de pijn en de jeuk kwamen soms toch weer om de hoek kijken. Eenmaal thuis ging de voet weer in het smeersel en de lucht in, het dansen van vrijdagavond zat er niet meer in. Zaterdag heb ik het wel weer een kort momentje geprobeerd, maar het is nog niet waar het zijn moet, rust lijkt het sleutelwoord. Vandaar dat ik dat deze luie zondag dan ook vooral genomen heb...
P.S.: Overigens is de titel: 'Voetjes van de vloer' niet helemaal correct want, hoewel ik door de voetproblemen inderdaad veel met de voet in de lucht heb gezeten, je moest tijdens het dansen juist de voeten op de vloer houden en als het ware 'in de vloer' dansen.
P.P.S.: Ook is zaterdag een nieuw huisgenootje, Lisette, gearriveerd. Ze komt hier interne geneeskunde lopen, ook in het Diak. Haar vriendje, Albert, is hier ook voor een week, maar jullie zullen binnenkort wel meer over hun lezen.
Een weekendje zaalarts
Ergens in de middag komt de gynaecoloog in huis, die wat chagrijnig was. Hij moest een keizersnede verrichten, maar hij lag vast liever in zijn hangmat op het balkon. Ik niet, ik vind het helemaal fantastisch. Zijn opmerkingen over het feit dat ik een patiënt 'nog steeds niet had gestatust' en dat ik meer moest studeren, konden me niet deren. De patiënt waar hij het over had stond als volgende op mijn lijstje en ik heb toch al een aantal dagen de moeite genomen om wat verdieping te zoeken, het viel allemaal wel mee dus. Ik zag hem op dat moment ook meer als een supervisor dan als dé dokter, dit weekend waren het toch iets meer mijn afdelingen dan van hem. Toch volg ik zijn advies op en status ik de patiënten voor hem overdreven uitgebreid, waardoor ik een uurtje later (om 4 uur) klaar ben. Prima, het voelt niet als een straf. Zeker niet als je wederom met een glimlach en een voldaan gevoel van het ziekenhuis vandaan loopt.
Het opstaan ging vandaag (zondag) dan ook een stukje makkelijker, met een leuke dag in het vooruitzicht. Het vooruitzicht bleek te kloppen; ik maakte een lolletje met de verpleging, tikte wat brieven (onder het genot van een boterhammetje) en ik ging door mijn to-do lijst als een mes door de boter. Toch kon ik ondanks het redelijke takenlijstje goed mijn tijd nemen voor de patiënten. In Nederland zal een zaalarts waarschijnlijk op een iets hoger tempo moeten werken, maar ik vind liever eerst mijn draai in de takenlijst voor ik er meer snelheid in ga gooien. Het ging zo prima en toen het kwart over drie was, vond ik het mooi geweest. Stiekem had ik best nog even langer willen blijven om even die ene brief te tikken, of die andere patiënt (die morgen pas gestatust moet worden) snel nog even te zien, maar ik hield me in. Morgen is weer een dag en er moet wel wat overblijven om te doen. Zeker omdat het morgen niet meer mijn afdelingen zijn, dan moet ik ze gewoon weer delen met de zaalarts, de gynaecologen en de andere co-assistent die morgen begint. Daarom stopt deze wannabe dokter wijs zijn stethoscoop weer weg en hangt hij zijn witte jas op. Dag patiënten! 'Dag dokter!'